1952 – 2013

Geplaatst op

Elk Benedictijns klooster dient volgens Sint Benedictus in zijn eigen onderhoud te voorzien. Met een schenking van de Oosterhoutse abdij kon grond van het landgoed worden gekocht. Voor de bouw werd geld geleend. Daarna moest geld verdiend worden om de lening af te betalen en het klooster in stand te houden.

Op de grond achter de abdij werd in 1950 begonnen met een gemengd boerenbedrijf. Pater Van den Biesen en zijn bedrijfsleider, Nol Verhoeven, lieten dit bedrijf uitgroeien tot een grote stierenmesterij met uiteindelijk 750 beesten. De kamploensstier van Nederland van 1990 kwam uit onze stal.

Lang geleden hielden monniken zich bezig met het overschrijven van religieuze en wetenschappelijke werken. De fotografiehobby van één van de paters groeide uit tot  een moderne variant hiervan: de microfotografie van zeldzame en waardevolle wetenschappelijke werken. De microbibliotheek beschikte uiteindelijk over meer dan 45.000 theologische en aanverwante boeken op microfoto. Het atelier is in 2005 gesloten omdat andere technieken de voortgang onmogelijk maakten.

De kleermakerij van de abdij ontwikkelde zich tot een paramentenatelier. Hier werd kerkelijke kleding gemaakt, aanvankelijk alleen voor de katholieke kerk, later meer voor protestantse gemeentes. In dit atelier hebben de monniken ook kerkelijke kunst ontworpen als wandkleden en kerklampen. Toen paus Johannes Paulus II in 1985 naar Nederland kwam, kreeg het paramentenatelier de eervolle vraag de kleding voor dit bezoek te maken.

Echter, als klooster werken we om in ons levensonderhoud te kunnen voorzien en leven we niet om te werken. Toen bleek dat het onmogelijk was om de opdracht binnen het gewone dagritme op tijd te kunnen afronden, is de aanvraag afgewezen. Het paramentenatelier werd in 1998 overgedaan aan de Benedictinessen van Oosterhout.

De kunstenaar-broeder Henri Boelaars heeft in opdracht voor en van vele mensen buiten de abdij bronzen borstbeelden gemaakt, met name veel van kinderen. In het stadhuis van Doetinchem staat een borstbeeld van koningin Juliana van zijn hand. Daarnaast vervaardigde hij religieuze kunst, zoals kerstgroepen, en heiligenbeelden in hout. Van zijn hand komt ook het beeld van de twee monniken die elkaar de vredesgroet geven. Een vergrote versie van dit beeld staat op het voorplein van de abdij.

Toen het maken van beelden hem na zijn 80ste lichamelijk te zwaar werd, verschenen van zijn hand twee boeken over de Middeleeuwse abdis, profetes en componiste Hildegard von Bingen. Ze zijn het resultaat van 60 jaar lang meditatie over haar werk. Deze boeken, “de Scivias” en “De draad van Ariadne” zijn helaas uitverkocht.

Om geld te besparen kent de abdij onder meer een eigen timmerwerkplaats. Hier werden de meeste meubels voor de abdij gemaakt. Tegenwoordig worden er de meditatiebankjes vervaardigd die te koop worden aangeboden aan de gasten van de abdij. In de winter wordt de kachel gestookt met hout uit het eigen bos. Het landgoed van de abdij wordt op een duurzame wijze beheerd. Met hulp van de medewerkers van Zorgboerderij Slangenburg, die sinds 2010 in een van de bijgebouwen van de abdij is gevestigd, wordt het hout gekapt en gekloofd.

De monniken stoken zelf de houtkachel, die tegenwoordig natuurlijk computergestuurd is en daardoor een hoog rendement heeft. Heel lang heeft de abdij haar eigen elektriciteit opgewekt, met behulp van 2 oude generatoren, afkomstig van een schip. Tegenwoordig is de abdij gewoon aangesloten op het elektriciteitsnet, maar zijn er bij de verbouwing in 2015 zonnecollectoren geplaats om in 80% van de eigen behoefte te voorzien.

Het lijkt misschien alsof de abdij alleen maar aan het afbouwen is, maar ze blijft als plaats voor stilte en bezinning echter springlevend. Het Stiltecentrum is nu de belangrijkste bron van inkomsten voor de abdij geworden. De vraag naar stilte is groot. Ieder jaar komen er meer gasten voor bezinning en meditatie. In 2015 werden 3000 overnachtingen geboekt.

De abdij kan echter niet alleen bestaan van het ontvangen van gasten. In 2006 werd daarom een boekbinderij  ingericht om ook in de toekomst in eigen levensonderhoud te kunnen blijven voorzien. Het atelier kon worden overgenomen van de zusters Benedictinessen van de priorij Fons Vitae te Oss. U vindt over deze werkplaats elders op deze site meer informatie.

In de afgelopen jaren werd ook het nodige onderhoud gepleegd aan gebouwen en terrein. Zo onderging onze begraafplaats een ingrijpende opknapbeurt en werd de binnenhof van de abdij heringericht volgens een klassiek patroon. Het streven is om een evenwicht te vinden tussen een zo groot mogelijke schoonheid en zo min mogelijk onderhoud. Sinds 2012 is de abdij een gemeentelijk monument. Ze wordt nu “Landgoed Sint Willibrord” genoemd.

Daarmee waardeert de Doetinchemse overheid ons deel van het landgoed Slangenburg als een zelfstandig ‘groot, waardevol en afwisselend cultuurlandschap’. De abdij geldt als een exponent van naoorlogse architectuur die ‘van grote cultuurhistorische waarde is voor het kloosterleven in Nederland en voor de geschiedenis van de Benedictijner Orde.’

 

Benedictijnen

Bouw van de Abdij

1952 – 2013

2014 – heden